Blooming Buzzness

Programmaperiode
Projecten GLB Strategisch Plan (programmaperiode 2023 - 2027) en Europese projecten
Maatregel
LEADER - reguliere projecten
Thema
Biodiversiteit en landschapskwaliteit
Provincie
Oost-Vlaanderen
Lokale Actiegroep
Meetjesland-Leievallei
Beginjaar
2025
Projectkost
€173.348,00
Promotor
Regionaal Landschap Meetjesland & Leievallei
Periode
-
Situering

Het doel van het project ‘Blooming Buzzness’ is het verbeteren van de habitat voor wilde bestuivers: wilde bijen, zweefvliegen, vlinders en andere insecten. We kiezen hier voor wilde bijen als kapstoksoort vanwege hun bekendheid bij het publiek. Acties die een positief effect hebben op wilde bijen hebben in het algemeen ook een positief effect op vele andere (nuttige) insecten. Om bijen en andere wilde bestuivers te helpen zijn er tal van verschillende informatiebronnen beschikbaar. Toch is het noodzakelijk om met de informatie kritisch om te gaan, maar al te vaak worden honingbijen en wilde bijen in berichtgeving en acties over dezelfde kam geschoren als ‘de bij’. Met de beste bedoelingen worden soms waardevolle bloemenrijke bermen of graslanden gefreesd en ingezaaid met een bloemenmengsel om de wilde bestuivers te helpen. Inzaaien gebeurt vaak met een bloemenmengsel dat goed is voor de honingbij maar niet voor onze inheemse bestuivers. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dergelijke maatregelen net meer voor een achteruitgang zorgen van het aandeel wilde bestuivers. Verschillende bijen bezoeken verschillende plantenfamilies, zoals de honingbij, maar ongeveer 30% beperken zich tot het verzamelen van stuifmeel van één enkele plantenfamilie of zelfs één plantensoort. Bij het inzaaien van mengsels moet goed onderzocht worden welk mengsel het gewenste effect zal bereiken. Naast voedsel is nestgelegenheid ook belangrijk. Het maximale vliegbereik voor wilde bijen is doorgaans 100-1000 meter, dus voedselvoorziening moet dichtbij de nestgelegenheid aanwezig zijn. Veel landbouwers, particulieren en gemeentebesturen wensen onze wilde bestuivers echt te helpen, maar het ontbreekt hen vaak aan kennis, ervaring en tijd om goede bijenvriendelijke maatregelen in de praktijk te realiseren. 

Met dit project wensen we de gemeenten in ons werkingsgebied en onze partnergemeenten hierin te ondersteunen. Dit doen we concreet door een bijenwerkgroep op te starten in de partnergemeenten en vervolgens een bijenactieplan op te stellen met de bijenwerkgroep. Het is de bedoeling dat deze werkgroep een diverse samenstelling heeft. Daarom zullen we een brede oproep doen om verschillende doelgroepen te bereiken: (aansturend & uitvoerend) gemeentepersoneel, inwoners, natuurverenigingen, natuurliefhebbers, imkers, landbouwers, ... . Het bijenactieplan is een 5-jarenplan (2025-2030) waarin bijenvriendelijke acties staan die bepaald worden door de werkgroepleden. Enkele vaste pijlers zijn sensibilisatie en communicatie en bijenvriendelijke omgeving (op openbaar domein). Onder de bijenvriendelijke omgeving kunnen acties zoals het evalueren en aanpassen van beheer vallen maar ook het creëren en onderhouden van een bloemenweide, het maken en plaatsen van functionele bijenhotels en bijenburchten, geplande of bestaande inrichtingen/aanleg screenen op bijenvriendelijkheid en indien nodig bijenvriendelijkere alternatieven voorstellen. We verwachten dat de deelnemende gemeenten momenteel in verschillende gradaties actief zijn met bijenvriendelijke inrichting en beheer. Door gemeentebesturen in dit project met elkaar in contact te brengen in het kader van hun bijenactieplan, hopen we hen te inspireren en aan te zetten tot het realiseren van een meer bijenvriendelijk Meetjesland-Leievallei: nu, maar ook in de toekomst. Tevens is er ruimte en middelen voorzien om concrete acties uit te voeren en actief kennis en ervaring op te doen gedurende het project. De samenwerking moet resulteren in meer en betere inspanningen voor bijen en andere insecten, die ook na afloop van het project resultaten blijft leveren. Als lid van de bijenwerkgroepen zorgen wij als RLML voor de verbindende factor tussen de verschillende bijenwerkgroepen. Zo wordt de kennis en aanpak tussen de verschillende gemeenten en werkgroepen uitgewisseld. Bovendien willen we de ervaring en kennis rond bijenvriendelijke acties regiobreed delen. Bij de gemeenten in het werkingsgebied die geen partner zijn kunnen we basisadvies geven over bijenvriendelijke maatregelen. Tijdens de loop van het project gaan we op zoek naar enkele landbouwers (waarvan de productie afhankelijk is van bestuiving door bestuivers) in het werkingsgebied van RLML. Bij deze landbouwers onderzoeken we welke inrichting(en) passen binnen de bedrijfsvoering en de specifieke locatie om meer wilde bestuivers aan te trekken. Enerzijds met het oog op een verhoogde voedselproductie door betere bestuiving en anderzijds lagere productiekosten door middel van de biologische plaagbestrijding die onder andere de larven van zweefvliegen bieden. Met de beheerders van de provinciale domeinen bekijken we welke bijenvriendelijke maatregelen op de provinciale recreatiedomeinen mogelijk zijn en geven advies over inrichting en beheer. Alle partners van het project zullen via hun eigen communicatiekanalen (website, sociale media, krant of magazine, …) het project kenbaar maken bij het grote publiek. Sensibilisatie is een belangrijk onderdeel van het project, waarbij goede communicatie cruciaal is. Op publieksevenementen die thematisch passen binnen het project (bv. Bogaardendag), zal er een stand rond het project opgebouwd worden. Op het einde van het project wordt er een inspiratiebrochure en/of draaiboek gemaakt dat ter inspiratie verdeeld wordt naar onze partnergemeentes en online ter beschikking wordt gesteld.

Doelstellingen
  1. Opstart bijenwerkgroep per partnergemeente. Met een diverse samenstelling van leden van verschillende doelgroepen: gemeentepersoneel, burgers, natuurverenigingen, natuurliefhebbers, imkers, landbouwers, … . De gemeentelijke bijenwerkgroepen komen minstens 3 maal per jaar samen. Als deel van de bijenwerkgroepen zorgen wij als regionaal landschap voor de verbindende factor tussen de verschillende bijenwerkgroepen.
  2. Met de bijenwerkgroep in de partnergemeenten een bijenactieplan uitwerken voor 2025-2030. Enkele vaste pijlers zijn sensibilisatie en communicatie en bijenvriendelijke omgeving (op openbaar domein). Onder de bijenvriendelijke omgeving kunnen acties zoals het evalueren en aanpassen van beheer vallen maar ook het creëren en onderhouden van een bloemenweide, plaatsen van bijenhotels, geplande of bestaande inrichtingen/aanleg screenen op bijenvriendelijkheid en aanpassen aan bijenvriendelijkere alternatieven.
  3. De partnergemeenten ondersteunen in het uitvoeren van hun bijenactieplan.
  4. Ervaring en kennis over bijenvriendelijke acties verwerven en delen. Alle partners van het project zullen via hun eigen communicatiekanalen (website, sociale media, krantjes, …) het project kenbaar maken bij het grote publiek. Het is zo dat sensibilisatie een belangrijk onderdeel van het project is, waarbij communicatie essentieel is. Op publieksevenementen die thematisch passen binnen het project (bv. Bogaardendag), zal er een stand rond het project opgebouwd worden. Op het einde van het project wordt er een inspiratiebrochure en/of draaiboek gemaakt dat ter inspiratie verdeeld wordt naar onze partnergemeentes en online ter beschikking worden gesteld.
  5. Adviseren van provinciale recreatiedomeinen voor bijenvriendelijke maatregelen.
  6. De gemeenten gelegen in ons werkingsgebied die geen partner zijn basisadvies verlenen in het kader van bijenvriendelijke maatregelen.
  7. Bij enkele landbouwers onderzoeken welke bijenvriendelijke maatregelen passen in hun bedrijfsvoering en deze tot uitvoering brengen.
     
Uitvoering

Deinze, Nazareth, Zulte, Aalter, Eeklo, Evergem, Assenede, Kaprijke, Sint-Laureins, Maldegem, Lievegem

Projectpartners
Gemeente Zulte, Stadsbestuur Deinze, Viaverda, Gemeente Maldegem, Provincie Oost-Vlaanderen, Stad Eeklo
Delen: