Een correcte spuittechniek vormt de basis voor een efficiënte en milieubewuste toepassing. De verplichting om minimaal 90% driftreductie toe te passen bij veldtoepassingen van gewasbeschermingsmiddelen zorgt in de sector voor heel wat vragen. Vele landbouwers twijfelen aan de werkingszekerheid van 90% driftreducerende doppen en/of technieken, zeker in situaties waar een goede bedekking cruciaal is, zoals bij contactherbiciden toegepast op kleine onkruiden. Eerdere demoprojecten toonden aan dat in talrijke teelt–vijandcombinaties (granen, aardappelen, maïs, bieten) 90% doppen met grove druppels even doeltreffend zijn als doppen met een lagere driftreductieklasse en fijnere druppel. Net hier ligt de grootste uitdaging voor de openluchtgroentesector. Er is nauwelijks kennis beschikbaar over de werking van 90% doppen in combinatie met contactmiddelen op kleine en moeilijk te raken doelwitten zoals kiemende onkruiden in teelten als prei, wortelen, knolselder en spinazie. De vraag stelt zich of in dergelijke gevallen een spuitdop met lagere reductieklasse (en dus fijnere druppels) maar dan in combinatie met een driftreducerende techniek niet beter scoort. Dit project wil twijfels wegnemen door situaties te tonen waarin 90% driftreductie een gelijkwaardig resultaat oplevert en in welke uitzonderlijke situaties andere combinaties of technieken aangewezen zijn.
Zo ondersteunt het project telers in het duurzaam, efficiënt en regelgeving‑conform toepassen van gewasbeschermingsmiddelen.
DRIVOLGRO wil groentetelers en loonsproeiers ondersteunen bij het kiezen en toepassen van efficiënte 90% driftreducerende spuittechnieken in vollegrondsgroenten. De hoofddoelstelling is om telers te overtuigen dat de regelgeving rond minimaal 90% driftreductie haalbaar is in de praktijk, met behoud van een efficiënte gewasbescherming, en dit via de juiste keuze van driftreducerende doppen, technieken en aangepaste spuitparameters.
- Demoproeven in vollegrondsgroenten: in 2027 en 2028 worden veldproeven aangelegd met 90% driftreducerende doppen en driftreducerende technieken. De focus ligt op toepassingen die door telers als moeilijker worden ervaren, zoals onkruidbestrijding in knolselder, spinazie, wortelen en prei, maar ook op fungiciden.
- Vergelijking van doppen en technieken: drie 90% driftreducerende doppen en vijf driftreducerende technieken worden getest.
- Beoordeling van efficiëntie en bedekking: in de proeven wordt de effectiviteit van de bespuitingen beoordeeld.
- Kostenanalyse: de kostenanalyse uit het VLAIO-LA-project Optispray wordt toegepast op de situaties in dit project. Zo krijgen telers informatie over de verhouding tussen effectiviteit en kostprijs van doppen en technieken.
- Proefveldbezoeken: er worden zes proefveldbezoeken georganiseerd. Op die demovelden worden de proeven toegelicht en worden verschillende driftreducerende doppen en technieken fysiek gedemonstreerd.
- Sensibilisatie en communicatie.
De resultaten worden gedeeld via proefveldbezoeken, presentaties op studiedagen en wintervergaderingen, artikels in de vakpers, nieuwsbrieven op de websites van de partners, sociale media en één filmpje.
België