De inspanningen die nodig zijn om een verdere uitbreiding van probleemonkruiden te vermijden zijn enorm groot en zullen door alle betrokkenen van het platteland samen genomen moeten worden. Met dit project wensen we een campagne op poten te zetten die zal helpen om ook in de toekomst een goede biodiversiteit op ons platteland te blijven garanderen via verhogende bewustwordingsacties in combinatie met de actualisering en toepassing van de best beschikbare bestrijdingstechnieken. Dit is nodig aangezien de wereld van het onderzoek en de artificiële intelligentie niet stilstaat waardoor de innovaties voor iedere partij beschikbaar komt. Voor de praktische uitvoering van het project onderscheiden we 4 activiteiten. De eerste 3 maken een opsplitsing mogelijk in de campagne die wordt gevoerd richting de verschillende doelgroepen. De laatste activiteit omvat projectcoördinatie en -rapportering.
Het platteland wordt omschreven als ‘landelijk gebied’ oftewel het gebied waar dorpen, velden, akkers, weilanden en natuur elkaar afwisselen. Wat het platteland eigen maakt is de biodiversiteit die in verstedelijkte gebieden duidelijk minder aanwezig is. Die biodiversiteit is uiterst belangrijk voor ons milieu, de landbouw en de beleving op het platteland. Onkruiden worden hierin een steeds groter en moeilijker aan te pakken probleem. Zeker de typische probleemonkruiden zoals knolcyperus, doornappel, Japanse duizendknoop, jacobskruiskruid en reuzenberenklauw overwoekeren vaak andere inheemse planten of zijn zelfs giftig en vormen een direct gevaar voor mens en dier.
Ondanks de grote invloed die ze kunnen hebben, heerst er tot op vandaag nog zeer veel onwetendheid en ontbreekt vaak de kennis om een onderscheid te kunnen maken tussen planten die geen probleem vormen en planten waar een bestrijding hoogstnoodzakelijk is. Dat het verwijderen van bepaalde planten daarenboven bijkomende persoonlijke bescherming vraagt is evenmin gekend.
Ook de bestrijding zelf is niet altijd evident. De inspanningen die nodig zijn om toekomstige problemen verder in te perken zijn enorm groot en vragen de medewerking van iedereen die participeert op het platteland. De manier dat het probleem wordt aangepakt zal echter divers zijn (manueel/machinaal, met of zonder gewasbeschermingsmiddelen, …). Met dit project willen we een belangrijk initiatief nemen en er maximaal op inzetten om gezamenlijk deze probleemonkruiden beheersbaar te houden. Het doel is dan ook, door het opzetten van een campagne gericht op 3 verschillende doelgroepen, de kennis te verhogen en te wijzen op de gevaren om zo tot acties te komen op het terrein.
Een eerste doelgroep zijn de particulieren die zich niet altijd bewust zijn van de problematiek maar vaak wel een groot engagement tonen in het verhogen van de biodiversiteit (vb. bloemenweide, maai mei niet, …). Door de bewustwording rond probleemonkruiden te verhogen, en hen te mobiliseren op een correcte manier deze onkruiden te verwijderen uit hun tuinen, trachten we al belangrijke stappen te zetten in het ontnemen van risico’s van verspreiding.
De tweede doelgroep omvat groendiensten, tuinbouwbedrijven en natuurorganisaties. Dit zijn belangrijke actoren die mee vorm geven aan ons platteland. Zij werken verspreid binnen het gebied én onderhouden grotere oppervlaktes in vergelijking tot particulieren. Met kennis van zaken kunnen zij dus een wezenlijk verschil maken. Attenderen op de gevolgen van probleemonkruiden en het bekomen van een gerichte bestrijding is binnen deze doelgroep het voornaamste doel. Aanvullend is zeker ook aandacht voor persoonlijke bescherming niet onbelangrijk.
Als derde doelgroep beogen we de landbouwers. Hun activiteiten op de akkers zijn erop gericht om economisch rendabel te zijn en te blijven. Vanzelfsprekend speelt een goede bodemkwaliteit en een minimum aan opbrengstverlagende factoren hierbij een grote rol. Eén van deze factoren zijn (probleem)onkruiden die niet alleen de opbrengst beïnvloeden maar ook een impact kunnen hebben op de gezondheid van het vee. Verder beschreef de overheid voorwaardes aangaande bepaalde probleemonkruiden (vb. teeltverbod van knol- en bolgewassen bij een besmetting met knolcyperus) en leggen ook sommige afnemers (vb. bij groenten) eisen aan het perceel waardoor de aanwezigheid van bepaalde probleemonkruiden kunnen leiden tot het annuleren van de oogst. Hiermee zal ook het aantal teelten die in een gewasrotatie opgenomen kunnen worden slinken wat een afname in biodiversiteit bewerkstelligt.
Intensieve bodembewerkingen en de verspreide ligging van percelen op een landbouwbedrijf vergroot echter significant de kans op verspreiding. Specifiek voor Haspengouw Zuidoost is knolcyperus een onkruid dat dringend meer aandacht vraagt en dus in voorliggend project extra benadrukt wordt. We streven dan ook naar het vermijden van verdere verspreiding, een betere inventarisatie van de problematiek op perceelsniveau en een doelgerichte onderdrukking/bestrijding van knolcyperus op de akkers.
Vaak blijkt het gebied waar het probleem met één (of meerdere) probleemonkruid(en) zich manifesteert zo groot dat een inventarisatie met het blote oog onmogelijk is. Dit geldt in het bijzonder voor de terreinen waar landbouwers, groendiensten, tuinbouwbedrijven en natuurorganisaties actief zijn. Graag laten we hen kennis maken met de mogelijkheden die dronetechnologie te bieden heeft. Naast een snelle beoordeling van een grote oppervlakte kan er, na verwerking van de beelden, een kaart bekomen worden die de probleemzones aanduidt. Dit laat toe om zeer gericht te werkt te gaan volgens de ‘best beschikbare techniek’. Voor zowel een gangbare bestrijdingstechniek (bv. Bewasbeschermingsmiddelen) als een innovatieve bestrijdingstechniek (bv. Stomen) wordt er een plaatsspecifieke taakkaart met GPS-coördinaten gemaakt waardoor het het milieu minimaal belast wordt.
Tongeren, Kortessem, Herstappe, Hoeselt, Bilzen, Riemst, Voeren, Borgloon
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt
België