Uitwerken van een typologie van historische dorpskernen en bepalen van erfgoedwaarden ter ondersteuning van een kwalitatief ruimtelijk beleid voor dorpskernen m.b.v. beeldkwaliteitsplannen

Programmaperiode
Projecten GLB Strategisch Plan (programmaperiode 2023 - 2027) en Europese projecten
Maatregel
LEADER - reguliere projecten
Thema
Leefbare en levendige dorpen
Provincie
Oost-Vlaanderen
Lokale Actiegroep
Vlaamse Ardennen tot Dender
Beginjaar
2025
Projectkost
€193.158,00
Promotor
Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor ruimtelijke ordening en socio-economische expansie
Periode
-
Situering

Het landschap van Vlaamse Ardennen–Dender (VA-D) met een patchwork aan historische dorpskernen, straalt esthetiek, geborgenheid en gezelligheid uit en is bepalend voor het cultureel DNA, de streekidentiteit én de toeristische/ recreatieve beleving van de regio.
Maar de dorpelijkheid en erfgoedwaarden die hiertoe bijdragen, staan ook onder druk. Stedelijke vormentaal (appartementisering) en toenemende bebouwing leiden tot niet-aangepaste schaalvergroting en architecturale uniformisering dreigt te leiden tot eroderende dorpsidentiteit: dorpen lijken steeds meer op elkaar. De (historische) connectie met het omliggende landschap, één van de kenmerken waaraan een dorp haar ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en uiteindelijk haar unieke karakter ontleende, is steeds moeilijker zichtbaar.

Deze problematiek wordt vanuit verschillende hoeken aangevoeld en is uitgegroeid tot een belangrijk thema (bv. benadering van “dorpelijkheid” vanuit cultuurhistorische invalshoek (Termote J, 2011, Cultuurhistorische Atlas van de Westhoekdorpen), of vanuit ruimtelijke/ (landschaps)architecturale invalshoek (Vlaamse Bouwmeester, 2022, Dorpelijkheid, Atelier ArTur, 2024, Dorpse architectuurlandschappen)).

Op heden zijn er weinig stedenbouwkundige instrumenten voorhanden om op deze uitdagingen antwoord te bieden en verzoenbaarheid van nieuwe ontwikkelingen en bouwaanvragen met de dorpse dimensie na te streven.
Lokale besturen, die sinds de ontvoogding van gemeenten in vergunningenbeleid een belangrijke verantwoordelijkheid hebben in het beoordelen van bouw- en sloopaanvragen, dienen bij gebrek aan kader vaak ad hoc te oordelen over dorpelijkheid en erfgoedwaarden. Dit biedt weinig mogelijkheden tot proactieve dialoog met initiatiefnemers, waardoor een lokaal bestuur vaak te weinig sturend kan zijn in hoe de dorpse omgeving zich best wenselijk ontwikkelt.
Op het vlak van landschap zijn een aantal instrumenten voorhanden die als vertrekpunt kunnen dienen (inventaris landschappelijk erfgoed, houtig erfgoed, …), maar voor historische dorpskernen zijn instrumentaria eerder gefragmenteerd en ontbreekt een structureel overzicht. De inventaris bouwkundig erfgoed voor VA-D is gedateerd en biedt op zich geen sturing of leidraad om er stedenbouwkundig mee aan de slag te gaan, noch een afwegingskader over wat wenselijk is of versterkt dient te worden. Bovendien biedt de inventaris geen overzicht van karakteristieke dorpstypes, noch afbakeningen van de historische ruimtelijkheid en relatie met het landschap. Hierdoor is het moeilijk om sturend aan de slag te gaan en de dorpelijkheid en haar troeven te vrijwaren van ongewenste ontwikkelingen.

Opzet en fasering van het project

Ten behoeve van lokale besturen wil dit project voor het Leadergebied VA-D in een EERSTE FASE (1) een typologie uitwerken van de historische dorpsstructuren en hun relatie tot het landschap en de typerende erfgoedelementen duiden (“meten is weten”) om op basis hiervan (2) een waarderings- en afwegingskader uit te werken dat als concrete leidraad kan dienen waarmee lokale besturen erfgoedwaarden beter kunnen valideren en ruimtelijke en architecturale dynamiek in de dorpen kunnen begeleiden. De uitwerking van de typologie wordt ook (3) ruimtelijk vertaald in een GIS-systeem zodat het integreerbaar en ontsluitbaar is in (gemeentelijke) ruimtelijke instrumenten.
In deze fase zit de grote meerwaarde van de Leader-aanvraag vervat: deze oefening op bovenlokaal niveau kan niet vanuit een lokaal niveau geïnitieerd worden, maar is des te belangrijker om tot een evenwichtig waarderingskader op streekniveau te komen. Het project wil vanuit de streekgeoriënteerde aanpak de streekidentiteit vatten en via concrete casussen komen tot een inspirerend waarderingskader.

In een TWEEDE FASE worden in samenwerking met lokale besturen 3 casussen (beeldkwaliteitsplannen) uitgewerkt op niveau van concrete dorpskernen. Deze worden zo geselecteerd dat de diversiteit aan dorpstypes aan bod komt, alsook de verschillende onroerend erfgoedstatuten waaraan een dorp/ de erfgoedelementen onderhevig kunnen zijn (van niets, over vastgesteld, tot beschermd erfgoed). Zodoende wordt een staalkaart aan herkenbare en inspirerende voorbeelden uitgewerkt voor andere besturen uit de regio die met gelijkaardige dorpstypes en -uitdagingen kampen. Er worden twee cases uitgewerkt voor Vlaamse Ardennen en één voor Denderland.
De selectie van de locaties gebeurt na fase 1, om meerdere redenen:

  • Zo kunnen de resultaten van fase 1 gevalideerd worden en met kennis van zaken representatieve cases gekozen worden die inspirerend zijn voor andere dorpen.
  • Door de timing van de recente lokale verkiezingen zijn op moment van dit schrijven de bestuursploegen nog niet geïnstalleerd of soms nog niet bekend. Diverse besturen hebben wel reeds hun nadrukkelijke interesse betoond.
  • Omdat de selectie nu nog niet gemaakt is, is voor deze aanvraag gewerkt met engagementsverklaringen van lokale besturen, waar reeds uitzicht is op de nieuwe bestuursploegen en -akkoorden. Zo zijn potentiële kandidaturen als copromotor voor fase 2 wel gegarandeerd. De lokale besturen Maarkedal, Kluisbergen en Erpe-Mere hebben zich via Collegebesluit financieel geëngageerd als zij geselecteerd worden, en de lokale besturen van Ninove en Geraardsbergen hebben in afwachting van de installatie van het nieuwe bestuur hun expliciete interesse bevestigd. Andere contacten zijn momenteel ook lopende.

Klankbordgroep en participatie

Doorheen het project wordt afgestemd met een klankbordgroep van experten en betrokkenen (zie lijst). Bedoeling is om lokale en beleidsmatige aandachtspunten permanent in beeld te hebben. Hoewel het accent ligt op het bepalen van de historische dorpsstructuur en de relatie tot het landschap, en op de erfgoedwaarden en hoe deze de authenticiteit van een plaats mee vorm geven, wordt doorheen het project vinger aan de pols gehouden bij andere actoren. Om toekomstige koppelkansen open te houden, worden experten uit aanverwante ruimtelijke thema’s geconsulteerd.
Er zal aandacht worden besteed aan het uitbouwen van draagvlak met het oog op een duurzaam gebruik van de eindproducten (cultuurraad en gecoro, (erfgoed)verenigingen, eigenaars/bewoners, landbouwers enz.), door middel van infomomenten, participatie, afsluitende studiedag, …

Doelstellingen

A. ondersteunen van lokale besturen in het uitbouwen van een proactieve stedenbouwkundige werking inzake “dorpelijkheid” door het ontwikkelen van een aantal kennistools en concrete handvatten voor toekomstig beleid en kwaliteitsbewaking;
B. meer kennis werven en informeren omtrent de historische (land)inrichting en gebouwentypologie van dorpskernen en de mate dat die vormend zijn geweest voor de identiteit van het hedendaagse landschap van de Denderstreek en de Vlaamse Ardennen;
C. actief betrekken van en meer bewustzijn creëren bij burgers, besturen en stakeholders omtrent de betekenis en de (erfgoed)waarde van hun cultuurlandschap en patrimonium voor de streekidentiteit; 
D. onderzoeken van het potentieel van erfgoed als gids bij verandering (management of change) en actuele uitdagingen inzake ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van dorpskernen;
E. inspireren van erfgoedeigenaars en beleidsmakers met een aantal inspirerende casestudies door middel van concrete inventarisatie dorpentypologie en een screening op herbestemmingspotentieel.
Eindproducten zijn: 

  • Typologie historische dorpskernen en bepaling van karakteristieke erfgoedwaarden
  • Ruimtelijke vertaling via (GIS)afbakening en waardering van de graad van bewaring van de oorspronkelijke morfologie
  • Leeswijzer met praktisch waarderings- en afwegingskader 
  • Drie beeldkwaliteitsplannen: 2 in Vlaamse Ardennen, 1 in Denderland 

Welke activiteit(en)/actie(s) ga je uitvoeren om je doelstelling(en) te bereiken?

A. Inventarisatie (o.a. op basis van inventarisatiewerk van historische kernen door aOE en VUB) en afbakening van de historische dorpskernen Vlaamse Ardennen en Denderland met aandacht voor hun interactie met het omliggend landschap.
B. Algemeen kader voor dorpentypologie uitwerken en opstellen gebouwentypologie binnenin dorpskernen 
C. GISLAAG met databank en ontsluiting
D. Realisatie van drie casestudies met afbakening en inventarisatie historische dorpskerntypologie, screening op herbestemmingspotentieel en aanzet tot beheersmaatregelen.
E. Organisatie van publieke momenten i.k.v. de casestudies, om actief te betrekken, te sensibiliseren en te informeren van burgers, besturen en stakeholders (toelichtingen, studiedag, infomomenten, lezing, brochure, …).

Accenten

Centrale begrippen in dit project zijn ‘ruimtelijkheid’ en ‘dorpse erfgoedwaarden/architectuur’. Gelet op de ambitie om gebiedsdekkend te werken, focussen we in bijzonder op de erfgoedcomponent. Een allesomvattend masterplan op een veelheid aan thema’s is immers niet realistisch binnen het beschikbare tijdsbestek. Door te focussen op ruimtelijkheid en erfgoedwaarden wordt bovendien ingezet op één van de centrale thema’s van het Landschapspark (erfgoed) zodat een hoofdstuk in het beoogde ‘landschapshandboek’ concrete uitwerking krijgt en gebouwd wordt aan de ‘landschapsreflex’. Zo wordt vanuit erfgoedoogpunt een basis gelegd voor kwaliteitsvolle omgang met ruimte en dorpelijkheid en wordt de toeristische beleefbaarheid ondersteund. Bovendien zal doorheen het project via een klankbordgroep van experten vinger aan de pols gehouden worden bij diverse beleidsdomeinen, zodat toekomstige koppelingen naar andere domeinen mogelijk zijn en het project niet op zich staat.
Het project beoogt aandacht voor erfgoedwaarden en dorpse architectuur, maar dit wil niet zeggen dat er een stolp moet komen over de regio. Kansen liggen net in behoud door ontwikkeling (en/of herbestemming). De eindproducten van dit project (typologie, GIS-output, waarderings- en afwegingskader, concrete casussen met leidraad) bevorderen bovendien een constructieve dialoog tussen initiatiefnemers en vergunningverleners, doordat de eindproducten een proactieve stedenbouwkundige werking mogelijk maken (richting geven via beeldkwaliteitsplannen), eerder dan een reactieve (ad hoc beoordelen van vergunningsaanvragen).

Uitvoering

Ninove, Erpe-Mere, Haaltert, Iddergem, Welle, Geraardsbergen, Sint-Lievens-Houtem, Herzele, Lierde, Ronse, Zottegem, Zwalm, Brakel, Horebeke, Maarkedal, Kluisbergen, Oudenaarde, Wortegem-Petegem, Oosterzele, Kruisem

Projectpartners
gemeente Maarkedal, gemeente Kluisbergen, gemeente Erpe-Mere, Landschapspark Vlaamse Ardennen, IOED Vlaamse Ardennen, IOED Denderland, GECORO Maarkedal, GECORO Kluisbergen, GECORO Erpe-Mere, Cultuurnetwerk Maarkedal, Cultuurraad Kluisbergen
Delen: