VEUGELS

Programmaperiode
Projecten GLB Strategisch Plan (programmaperiode 2023 - 2027) en Europese projecten
Maatregel
LEADER - reguliere projecten
Thema
Biodiversiteit en landschapskwaliteit
Provincie
West-Vlaanderen
Lokale Actiegroep
Noord-West-Vlaanderen
Beginjaar
2025
Projectkost
€375.624,00
Promotor
Inagro, provinciaal extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm
Periode
-
Situering
  1. Opstart regionale werkgroep en gebiedsgerichte aanpak
    Om de samenwerking tussen landbouwers, natuurorganisaties en andere betrokkenen in de regio te versterken, wordt een regionale werkgroep akker- en weidevogels opgericht. Deze werkgroep speelt een sleutelrol in het ontwikkelen van een langetermijnstrategie en bestaat uit vertegenwoordigers van Inagro, Boerennatuur Vlaanderen, Boerenbond, het RLHP, Provincie West-Vlaanderen, Mergus, VLM, ANB, WBE Houtland en Ijzer, WBE Driekoningen en het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij. Bij de start van het project komt de werkgroep voor het eerst samen om de gebiedsgerichte aanpak uit te werken. Hierbij worden de aanleg, het beheer en de monitoring van enkele innovatieve maatregelen vastgelegd, en worden kansrijke regio’s en specifieke percelen geïdentificeerd. Met deze informatie trekken Inagro, Boerennatuur en het RLHP in de eerste fase naar lokale landbouwers om concrete samenwerkingen op te starten. Dankzij hun inbreng en ervaring kunnen we rekening houden met praktische uitdagingen zoals landbouwactiviteiten, economische haalbaarheid, teeltrotaties en Europese regelgeving.
    Na deze eerste fase komt de werkgroep twee keer per jaar bijeen voor een inhoudelijke update en evaluatie van de genomen maatregelen. Elke bijeenkomst wordt gecombineerd met een terreinbezoek of een inspirerende gastspreker. Ook andere relevante lokale organisaties kunnen aansluiten. De kennis die we tijdens het project opdoen via één-op-één gesprekken met landbouwers, natuurexperts, jagers en anderen, wordt systematisch gebundeld en besproken in de werkgroep. Zo verfijnen we onze inzichten en passen we verbeteringen direct toe in de praktijk. Op lange termijn ziet het RLHP deze intensieve betrokkenheid als de basis voor een duurzame samenwerking met alle betrokkenen.2 Uittesten innovatieve maatregelen.
  2. Voor de start van dit project werden in overleg met lokale belanghebbenden enkele veelbelovende innovatieve maatregelen geselecteerd. Deze keuze is gebaseerd op inzichten uit eerdere projecten en verkennende gesprekken. Om snel van start te gaan, sloot Inagro reeds met één teler een engagementverklaring (zie bijlage) af voor de uitvoering van enkele proefmaatregelen.
    LAAGBLIJVENDE VLINDERBLOEMIGEN, zoals rolklaver en onderaardse klaver, bieden zowel ecologische als agrarische voordelen. Ze zijn eiwitrijk en bruikbaar als voedergewas, terwijl hun lage groei een ideale broed- en foerageeromgeving creëert voor vogels zoals de kievit en veldleeuwerik. Bovendien bloeien deze gewassen langdurig, wat bijdraagt aan de aanwezigheid van bestuivers en natuurlijke plaagbestrijders. Gedurende twee teeltseizoenen testen we innovatieve toepassingen van rolklaver en andere laagblijvende vlinderbloemigen, in samenwerking met minstens twee lokale landbouwers (2 hectare proefveld per seizoen). Als referentie volgt Inagro een eigen proefveld op waar kansrijke vlinderbloemigen worden getest. Dit initiatief bouwt voort op eerdere ervaringen, zoals het lopende project in het Beverhoutsveld (Beernem).
    De VOGELSTOPPEL – een onbemeste en onbehandelde graanstoppel die tot het volgende broedseizoen blijft liggen – biedt een aantrekkelijke foerageer- en nestplek voor akker- en weidevogels. Dit systeem is eenvoudig toe te passen zonder complexe maaischema’s of de noodzaak om maaisel af te voeren. Toch zijn er verbeterpunten, zoals een betere voedselvoorziening in de winter, compatibiliteit met de mestwetgeving en het beperken van onkruiddruk. Mogelijke oplossingen liggen in combinaties met kruidenrijke graan- of stoppelranden, doorzaai met klavers, bloeiende kruiden of Japanse haver als extra wintervoedsel. We testen deze maatregel gedurende twee teeltseizoenen uit bij minstens twee landbouwers (2 hectare proefveld per seizoen).
    Voor soorten zoals de kievit is NESTBESCHERMING tijdens landbouwwerkzaamheden cruciaal. Bij minstens één landbouwer en bij voorkeur gedurende twee voorjaarsperiodes onderzoeken we of er (teelt)technische maatregelen zijn om nesten te beschermen (vb. metalen koepeltjes over de nesten tijdens sleepslang-bemesting). Daarnaast zetten we drones met warmtecamera’s in om nesten snel en zonder verstoring op te sporen. Ook in Nederland lopen experimenten met AI-gestuurde drones voor nestdetectie. Via netwerkmomenten en samenwerkingen wil het RLHP deze technologie verder verkennen en toepassen. Tot slot onderzoeken we ook andere beschermingsmethoden, zoals de inzet van de ecoregeling ‘voorjaarsbraak met late inzaai van maïs’ waarbij we willen nagaan of deze regeling gekoppeld kan worden aan effectieve broedlocaties van de kievit, bijvoorbeeld op basis van de broedvogelatlas (INBO), die in 2026 wordt gepubliceerd. Ook bekijken we of extra sensibilisering in gebieden met veel kieviten zinvol is. Speciale aandacht gaat naar het motiveren van landbouwers en ondersteunen van vrijwilligers bij de detectie van (kievits)nesten. Hierbij sluiten we aan bij provinciale initiatieven rond nestbescherming en de vrijwilligerswerking van het RLHP. Indien mogelijk willen we nagaan of landbouwers hun LV-AgriLens app (een onder landbouwers goed gekende applicatie) kunnen gebruiken om nestlocaties over de jaren heen voor hun bedrijf bij te houden.
    Tijdens het project blijven we openstaan voor nieuwe, innovatieve maatregelen die nuttig kunnen zijn. Hoewel de uitvoering van bijkomende maatregelen buiten de projectambities van VEUGELS valt, worden potentiële kansen steeds besproken en geëvalueerd binnen de regionale werkgroep. Indien relevant, kunnen ze worden meegenomen in de individuele adviezen aan landbouwers.
  3. Landbouwkundige, ecologische én bedrijfseconomische opvolging
    We zullen het effect van bovenstaande maatregelen op drie niveaus evalueren. Inagro neemt de leiding in de landbouwkundige opvolging en richt zich op teeltrotatie, onkruiddruk, bodemgesteldheid en benodigde machines. Het RLHP coördineert de vogelmonitoring door Mergus. Tenslotte onderzoekt Boerennatuur, i.s.m. Boerenbond, de mogelijkheid tot bedrijfseconomische doorrekening van de experimentele maatregelen. Doorheen het project kunnen op aangeven van experten extra op te volgen parameters toegevoegd worden.
  4. Generieke sensibilisatie en advies op maat
    Onze sensibilisatie gebeurt enerzijds door mensen via belevings-, netwerk- en publieksevents samen te brengen. Anderzijds willen we via informatieve filmpjes en geschreven communicatie zoveel mogelijk mensen bereiken. Zo zullen we de projectresultaten elk via onze eigen nieuwsbrief, landschapskrant, website en sociale media én via vaktijdschriften verspreiden.
    Aanvullend zetten we voor landbouwers in op advies op maat over akker- en weidevogelmaatregelen. Veel adviseurs focussen zich immers op hun eigen specialisatie, terwijl landbouwers behoefte hebben aan een bredere aanpak. Daarom zal Boerennatuur bij minstens 10 landbouwers in het projectgebied een persoonlijk en totaaladvies geven over de verschillende mogelijkheden, inclusief gesubsidieerde maatregelen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en innovatieve maatregelen die binnen dit project worden getest. Hierbij is er ruimte voor specifieke vragen, zoals welk bloemenmengsel geschikt is of hoe nesten het best beschermd kunnen worden. Alle input wordt bijgehouden in een logboek. Wanneer een vraag buiten de projectcontext valt, verwijzen we door naar relevante experts voor verdere opvolging. Ter ondersteuning krijgen landbouwers praktische hulpmiddelen mee, zoals factsheets, een illustratieve visual van het nodige habitat, een tractorgids en informatieve filmpjes.
Doelstellingen

De aanleiding van dit project is de zorgwekkende achteruitgang van akker- en weidevogelpopulaties in Noord-West-Vlaanderen. Soorten zoals de patrijs, kievit en veldleeuwerik zijn voor hun levenscyclus sterk afhankelijk van akkers en weilanden. Omdat ongeveer 70% van deze regio gebruikt wordt voor landbouw, speelt Noord-West-Vlaanderen een belangrijke rol in het ondersteunen van de agrobiodiversiteit en akker- en weidevogels in het bijzonder. Intensieve landbouwpraktijken, zoals de steeds groter wordende percelen, frequente landbewerkingen en maaibeurten vormen een bedreiging voor hun voortbestaan. Tegelijkertijd zijn de lokale landbouwers van essentieel belang voor het herstel van deze populaties. Zonder landbouwers zouden er geen akker- en weidevogels zijn! Helaas zijn de maatregelen die onze akker- en weidevogels kunnen helpen vaak moeilijk inpasbaar in hun bedrijfsvoering, niet altijd afgestemd op de gebiedspecifieke context en bedrijfseconomisch vaak weinig interessant. Verder biedt het beheer niet altijd oplossingen voor teeltuitdagingen zoals onkruidbeheersing. Daarnaast leveren bestaande maatregelen vaak nog niet de gewenste ecologische resultaten op. De afgelopen jaren merken we dat dit leidde tot een dalend enthousiasme onder landbouwers om deze maatregelen toe te passen. 
In het landbouwgebied zijn naast landbouwers ook andere stakeholders actief zoals natuurorganisaties en wildbeheereenheden. Het Regionaal Landschap Houtland & Polders streeft naar een goede samenwerking tussen deze stakeholders. Toch ontbreekt er in de regio een gecoördineerde aanpak om akker- en weidevogels te beschermen. Een samenwerking waarin alle betrokkenen elkaar kennen, regelmatig samenkomen en nauw samenwerken, is er te weinig. Dit zorgt voor versnipperde kennis, tegenstrijdige adviezen, inefficiënt gebruik van middelen en onderling onbegrip. Een samenwerking waarin alle betrokkenen samen komen en kennis en ervaring delen, lijkt ons een enorme meerwaarde en een grote stap vooruit.  

DOELSTELLINGEN 
De hoofddoelstelling van VEUGELS is de verdere afname van de akker- en weidevogelpopulaties in Noord-West-Vlaanderen te stoppen. Hiertoe stellen we specifieke doelstellingen voorop:  

  • Bevorderen van de gebiedsgerichte lokale samenwerking rond akker- en weidevogels 
    Met het RLHP als verbindende organisatie tussen de verschillende stakeholders focussen we op de verbetering van de lokale win-win voor landbouw- én natuurstakeholders. Zo willen we samenwerken met landbouwers, natuurvrijwilligers, jagers, experts en beleidsmakers om kennis uit te wisselen en op maat gemaakte oplossingen te vinden. We streven ernaar om met de acties een langdurige, structurele en gebiedsgerichte samenwerking te realiseren. Tevens realiseren we mee de vooropgestelde doelstellingen van het Vlaamse Soortenbeschermingsprogramma voor akkervogels (2021-2026).
  • Ontwikkelen van beloftevolle nieuwe maatregelen die leiden tot goed inpasbare en ecologisch effectieve maatregelen op maat van NW-Vlaanderen 
    Een belangrijk onderdeel van dit project is het uittesten van beloftevolle experimentele akker- en weidevogelmaatregelen die we samen met landbouwers gaan uitvoeren, monitoren en rapporteren. Hierbij ligt de focus op het toepassen van de juiste maatregelen op de juiste percelen, met een efficiënte bundeling van beschikbare middelen. Dankzij de samenwerking met de VLM, ANB en het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij willen we de beloftevolle maatregelen laten integreren in het Nieuwe Vlaamse landbouwbeleid (ecoregelingen, beheerovereenkomsten…) en als goede landbouwpraktijk promoten.  
  • Verhogen draagvlak bij landbouwers
    Tenslotte willen we ook het draagvlak voor akker- en weidevogelmaatregelen en de mate waarin ze worden toegepast verhogen. Uiteindelijk willen we door een hernieuwd enthousiasme bij landbouwers meer akker- en weidevogelmaatregelen in de regio NW-Vlaanderen zien verschijnen.  

RESULTATEN 

  • De oprichting van een regionale werkgroep akker- en weidevogels dat garant staat voor een structurele samenwerking tussen landbouw- en natuurstakeholders in NW-Vlaanderen.  
  • Een door de werkgroep ontwikkeld actieplan voor de komende vijf jaar voor de bescherming van akker- en weidevogels in de regio. Dit actieplan wordt afgestemd op de unieke kenmerken van de streek. 
  • Een set van innovatieve, op maat van de streek geteste maatregelen, die door het beleid in de toekomst als akker- en/of weidevogelmaatregel aan lokale landbouwers kan worden aangeboden.  
    - Verhoogd enthousiasme onder landbouwers voor het aanleggen van akker- en weidevogelmaatregelen.  Dit doen we door enerzijds een aanbod van specifiek advies en begeleiding op maat van landbouwers en anderzijds door goed werkende maatregelen en voorbeelden in de kijker te zetten via een gerichte sensibilisatie- en communicatiecampagne.  
Uitvoering

Oostkamp, Damme, Zedelgem, Knokke-Heist, Blankenberge, Zuienkerke, De Haan, Middelkerke, Oudenburg, Bredene, Gistel, Ichtegem, Jabbeke, Beernem, Torhout


 

Projectpartners
Boerennatuur Vlaanderen, Mergus Vogelwerkgroep Noord-West-Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, sectie nala, Vlaamse Landmaatschappij, Boerenbond, Agentschap voor Natuur en Bos, VLAAMS AGENTSCHAP LANDBOUW EN ZEEVISSERIJ
Delen: