Een blik achter de schermen van GLB-controles

Milieu en klimaat
groep mensen in veld

Een aantal maanden geleden, op 17 juni, organiseerden het Vlaams Ruraal Netwerk en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij een democontrole in Zwevegem. Tijdens deze studiedag kregen landbouwers en adviseurs een kijk op het verloop van controles op GLB‑maatregelen. De nadruk lag op veelgemaakte fouten en aandachtspunten. Zo willen we landbouwers beter ondersteunen om maatregelen correct toe te passen en zo hun steun niet in het gedrang te brengen.

Deze demodag past in een bredere aanpak om controles transparanter en begrijpelijker te maken. Door concrete voorbeelden op het veld te tonen, wordt duidelijk waar landbouwers in de praktijk tegenaan lopen en hoe ze fouten kunnen vermijden.

Waarom controles nodig zijn

Controles zijn een essentieel onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ze zorgen ervoor dat Europese middelen correct worden besteed en dat steun terechtkomt bij landbouwers die de maatregelen juist uitvoeren. 

Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij moet kunnen aantonen dat het controlesysteem betrouwbaar is. Tegelijk tonen controles ook waar maatregelen moeilijk uitvoerbaar of onduidelijk zijn. Die inzichten worden gebruikt om maatregelen bij te sturen en communicatie te verbeteren, bijvoorbeeld door studiedagen als deze.

Controles gebeuren op verschillende manieren: via satellietbeelden, administratieve controles en terreincontroles. Waar mogelijk probeert men de last voor landbouwers te beperken door gebruik te maken van bestaande data of technologie. 

Precisielandbouw: correcte toepassing en bewijs

Een eerste onderdeel van de democontrole ging over precisielandbouw, ondersteund door een veldsproeier uitgerust met RTK-gps en sectiecontrole. Deze technologie maakt het mogelijk om zeer precies te werken en overlappende of gemiste zones te vermijden.

Wie deze GLB‑maatregel toepast, moet vooral aandacht hebben voor de correcte inzet van de technologie. Het systeem moet nauwkeurig afgesteld zijn en effectief gebruikt worden tijdens de toepassing op het perceel. Daarnaast is het belangrijk om bewijsstukken te bewaren, zoals instellingen of registraties van de machine. Bij controles moet men beschikken over de as-applied-kaarten of geotagged foto’s van de as-applied kaarten. Laat men de werken uitvoeren door een loonwerker, dan moet men beschikken over de facturen op naam, met de omschrijving van de toegepaste precisietechniek. 

Landbouwers moeten dus niet alleen investeren in de technologie, maar ook zorgen voor een correcte registratie en gebruik. Anders bestaat het risico dat de maatregel niet aanvaard wordt

Lees alle voorwaarden op: Toepassing van precisielandbouw (ER) | Landbouw en Zeevisserij

Erosiebestrijdende technieken: juiste uitvoering op het perceel

Een tweede onderdeel focuste op erosiebestrijdende technieken, zoals drempels in ruggenteelten, niet‑kerende bodembewerking en het verhogen van organische koolstof in de bodem.

Voor drempels in ruggenteelten geldt dat er enkel steun aangevraagd kan worden op percelen groter dan 30 are, en op erosiegevoelige percelen waar geen andere erosieverplichtingen op gelden. De drempels worden aangelegd dwars op de ruggen door specifieke machines. Ze worden voldoende hoog aangelegd met regelmatige frequentie door de grond op te trekken, zonder putten te maken. Kleine of onregelmatige drempels worden bij controle niet aanvaard. Goed afstellen van de machine is dus essentieel. 

Bij niet‑kerende bodembewerking is het belangrijk dat er effectief niet geploegd wordt. De bewerking blijft oppervlakkig in alle fasen van de teelt. Controleurs kijken onder meer naar de aanwezigheid van oogstresten en het ontbreken van ploegsporen. Deze maatregel kan niet bij ruggenteelten.

Lees alle voorwaarden op: Teelttechnische erosiebestrijdende en bodemverbeterende technieken - 2026 (ER) | Landbouw en Zeevisserij

Het verhogen van organische koolstof in de bodem is goed voor de bodemkwaliteit, bodemvruchtbaarheid, de waterhuishouding … Dit kan via toediening van stalmest (15 ton/ha), champost (10 ton/ha), compost (10 ton/ha) of houtsnippers (10 ton/ha). Stalmest kan bedrijfseigen zijn, maar kan ook aangevoerd zijn. Kippenmest is niet toegelaten. Houtsnippers moeten bedrijfseigen zijn. Dat wil zeggen afkomstig van heggen, hagen of houtkanten.  Ook de aangevoerde hoeveelheid en herkomst moeten aantoonbaar zijn. Het verhogen van organische koolstof via het teeltplan wordt ook vergoed. Deze maatregel moet worden toegepast op het volledig areaal bouwland dat in aanmerking komt. Per hectare moet een effectieve organische koolstoftoename worden gerealiseerd van 1250 kg. Hogere toename leidt tot een hoger subsidiebedrag. 

Lees alle voorwaarden op: Verhogen van het organische koolstofgehalte - 2026 (ER) | Landbouw en Zeevisserij

Bufferstroken: correcte breedte en beheer

Het derde onderdeel behandelde bufferstroken langs waterlopen. 

De breedte van de bufferstrook is strikt vastgelegd en hangt af van de ligging van het perceel en de lopende maatregel. In sommige gevallen geldt een minimale breedte van 3 meter, in andere situaties kan dit oplopen tot een minimum van 9 meter bij sterk erosiegevoelige percelen naast kwetsbare landschapselementen. 

Daarnaast gelden er duidelijke beheervoorschriften. Zo is maaien in bepaalde gevallen verboden of beperkt, en moet de strook vrij blijven van teelt en bemesting. Bij controles wordt onder meer gekeken naar de effectieve breedte en het beheer op het terrein. 

Lees alle voorwaarden op: Bufferstroken - 2026 (ER) | Landbouw en Zeevisserij

De belangrijkste les voor landbouwers blijft: lees de voorwaarden grondig, pas maatregelen correct toe en zorg voor voldoende bewijs. Zo vermijdt men problemen bij controle en haalt men maximaal voordeel uit de beschikbare steun.

 

 

Delen: