Van klassieke landbouw naar bio groenten

Milieu en klimaat

Kevin Beddeleem stapte vijf jaar geleden in het ouderlijke landbouwbedrijf, na tien jaar een ander carrièrepad te hebben gevolgd. Het familiebedrijf in het West-Vlaamse Poperinge is een gemengd bedrijf, met dieren en 50 hectare akkerbouw gericht op grove groenten voor de diepvriesindustrie. Toen Kevin instapte, was de omschakeling naar biologische akkerbouw al ingezet: vader Eddy had in 2019 de eerste percelen omgeschakeld. “We zochten een verdienmodel om met twee van het bedrijf te kunnen leven”, vertelt Eddy. “In onze streek is het vechten voor grond. Dat betekent veel investeren voor weinig return. Daarom leek bio ons een interessante piste om meerwaarde te creëren.” De interesse voor biologische landbouw kwam niet uit het niets. Eddy zweert al sinds 2010 bij niet-kerende grondbewerking en is pionier in de streek. “Doordat ik het materiaal had, belandde ik als loonwerker bij een bioboer die ook ploegloos wilde werken. Daar zag ik dat het kan lukken en zo is de interesse gegroeid”, vertelt Eddy: “We waren altijd nieuwsgierig naar andere teelttechnieken en -systemen en naar andere machines.” “Bovendien houden we van uitdagingen, en bio is er zeker één: je moet continu weten hoe je akkers erbij liggen, proactief werken en het juiste materiaal hebben”, vult Kevin aan. 

Omschakelen in fases

De overstap naar bio gebeurde niet in één keer, maar in drie fases, verspreid over drie jaar. “Je moet echt goed plannen”, legt Eddy uit. “We kozen bijvoorbeeld voor gangbare wintergerst als laatste gangbare teelt, met een goed getimede laatste fytobehandeling hadden we een normale opbrengst. Daarna volgde een voederteelt, want biologische veetelers moeten voeder van minstens het tweede jaar omschakeling gebruiken. Pas wanneer de percelen bio gecertifieerd waren, teelden we de intensieve groenten.” 

“In de jaren van omschakeling is er geen meerwaarde van het biolabel, maar wel de verhoogde werklast en lagere opbrengst. Zonder de omschakelingssteun is het bijna niet haalbaar”, benadrukt Kevin. Als het over de verzamelaanvraag gaat, haalt Kevin zijn schema boven: drie pagina’s aan elkaar geplakt met alle percelen en de mogelijke maatregelen. Bepaalde ecoregelingen kunnen niet samen op één perceel, maar als je het goed uitzoekt, zijn er veel mogelijkheden. “Als je het schematisch aanpakt, kan je er wel het maximale uithalen. We hebben zelfs percelen met zes ecoregelingen: vruchtafwisseling vlinderbloemigen, mechanische onkruidbestrijding, niet-kerende bodembewerking, toepassing biologische productiemethode, verhogen organisch koolstofgehalte met stalmest en precisielandbouw met RTK-GPS aansturing. De steun via ecoregelingen kunnen we vooral gebruiken bij de teelten met lagere opbrengst”, zegt Kevin. 

Landbouwer Kevin en vader Eddy tonen de groenten

Naast groenten voor de industrie produceren Kevin en Eddy ook bietjes en wortelen voor de groothandel. 

Bio is topsport

Biologische landbouw vraagt veel meer opvolging dan gangbare teelt. “Begin niet aan bio voor een rustig leven: biolandbouw is topsport”, zegt Kevin. Er zijn geen middelen tegen schimmelziektes; bio zet in op preventie via een goede bodemzorg, gewasrotatie en gebruik van resistente rassen. Ook al ligt de kost van deze rassen hoger. Onkruid bestrijden ze met vier technieken: wiedeggen, branden, schoffelen en manueel wieden. “Het eerste wat je nodig hebt als biologische akkerbouwer is een wiedeg, een teelt valt of staat met het moment van wiedeggen”, zegt Kevin. “Je moet minstens wekelijks de percelen bezoeken om gepast te reageren. Bij uien kan het doorheen de dag veranderen: soms ga je ‘s morgens kijken en ’s avonds opnieuw om het ideale tijdstip van behandeling te bepalen. Je wil immers zoveel mogelijk onkruid bestrijden maar het gewas zo weinig mogelijk beschadigen.” Manueel wieden gebeurt door seizoensarbeiders: met gemiddeld 200 manuren per hectare is dit een grote kost. Kevin: “We volgen de ontwikkeling van robotwieders goed op, momenteel zijn ze duur en ze moeten zichzelf in vier jaar terugverdienen. Na deze periode zijn ze al verouderd.” De beste verzekering tegen een mislukte oogst blijft voldoende risicospreiding. Elk jaar kan er wel iets mislopen, als het geen schimmel of onkruid is kan wateroverlast of een dalende vraag van de teelt een uitdaging zijn. Daarom zetten Eddy en Kevin in op meerdere teelten en verschillende afzetmarkten.  

Kennis opbouwen en marktonderzoek

“Vooraleer je omschakelt, zorg dat je de markt kent en weet wat de afzetmogelijkheden zijn”, zegt Eddy. De Beddeleems startten in een groeiende markt, maar biogroenten zijn tot nog toe een nicheproduct. Als het aanbod de vraag overstijgt, moet je flexibel zijn. Dankzij het uitgebreid machinepark kunnen ze hier meestal gepast op reageren. Toen ze wilden omschakelen, kregen ze technisch advies van Inagro. Daarnaast kregen ze ook begeleiding van Bio zoekt Boer. Adviseurs leidden hen ook naar de bio-netwerken, met de aanmoediging dat ‘vanaf je omschakelt, je omarmd wordt door biotelers’. “Dat klopt ook, er is veel meer contact tussen bioboeren”, vertelt Kevin. “We zijn ook in contact gekomen met bedrijfsnetwerken via Bioforum. Hierbij kom je samen op een veld van een collega biolandbouwer en wissel je ideeën uit. We hebben ook een WhatsAppgroep en werken samen met collega’s om leveringen op elkaar af te stemmen en samen naar afnemers te gaan. Dat geeft een betere onderhandelingspositie”, zegt Kevin. Hun hoofdinkomen komt van industriegroenten, aangevuld met uien in bewaring en wortelen en bietjes voor groothandels. “Thuisverkoop doen we niet: deze regio is daar niet geschikt voor”, merkt Eddy op.

Bloemkolenoogst

Tijdens het interview is de oogst van de bloemkolen net achter de rug. Het loof blijft tijdens de winter staan als groenbedekker. 

Teelttechniek en bodemzorg

Intensieve teelten zoals groenten vragen veel van de bodem, een goede bodemgezondheid is dus cruciaal. “We werken met grasklaver als rustgewas en zaaien groenbemesters”, zegt Kevin. “Dat helpt om de bodem te herstellen en de onkruiddruk te verlagen. We hebben afspraken met een biologische veeteler in de buurt: hij neemt onze grasklaver en maïs af. 90 Procent van de stalmest die we op de percelen toedienen komt van daar. Dat is een mooie gesloten kringloop. Door het toedienen van stalmest en niet-kerende grondbewerking steeg het koolstofgehalte al van 1,1% naar 1,5 à 1,6%”, vult Eddy aan. De keuze voor bio met een blijvende aandacht voor de bodem werpt zo zijn vruchten af; een goede bodemgezondheid is immers op langere termijn goud waard in de landbouw.  

In onderstaande video deelt Kevin zijn ervaring met de omschakeling naar en het toepassen van biologische productie op De Ferme Hoeve:

Delen: