Foto 1: Eric Jansen runt het land- en tuinbouwbedrijf ‘Wilderhof’ in Tongeren-Borgloon
Van akker tot aardbei: een bedrijf vol diversiteit
Eric runt het land- en tuinbouwbedrijf ‘Wilderhof’ in Tongeren-Borgloon, dat in de loop der jaren sterk is gegroeid. Vandaag combineert hij kleinfruit zoals aardbeien, frambozen, bramen en rode bessen met de teelt van appels en peren. Daarnaast kweekt hij ook zelf plantmateriaal op en is ongeveer de helft van het bedrijf akkerbouw met onder meer tarwe, gerst, maïs, bieten en koolzaad.
Innovatieve teler Eric Jansen: minder buikgevoel, meer onderbouwde cijfers
Minder nattevingerwerk, meer cijfers: hoe drones en AI de aardbeienteelt moeten helpen
De zoektocht naar meer zekerheid in de aardbeienteelt
In de aardbeienteelt draait alles om timing. Wanneer piekt de oogst? Hoeveel mensen moeten klaarstaan? En hoeveel fruit kan je al vooraf verkopen? Voor tuinbouwer Eric Jansen van het ‘Wilderhof’ in Tongeren-Borgloon zijn dat vragen die steeds terugkomen. Alleen: een oogst correct voorspellen blijft bijzonder moeilijk.
“Vroeger deden we dat vooral visueel”, vertelt hij. “Bloemen tellen, kijken naar het gewas en vergelijken met historische cijfers. Maar dat blijft toch veel nattevingerwerk.” Net vanuit die uitdaging ontstond het EIP-project Aardboogst. Binnen het project werken onderzoekers en telers samen aan een systeem dat met beelden van drones, artificiële intelligentie en een model de aardbeienoogst nauwkeuriger moet voorspellen. Daarbij vliegen drones in de tunnel tussen de aardbeien die in substraat op stellingen staan. De dronecamera neemt beelden van de bloeiende planten en in de verwerkte beelden worden de bloemen geteld met AI waarna een oogstvoorspellingsmodel de verwachte opbrengst berekent. Het doel: telers sneller en nauwkeuriger zicht geven op wat er drie weken later geoogst kan worden.
Waarom een goede oogstvoorspelling goud waard is
“Een goede oogstvoorspelling is voor ons eigenlijk om twee redenen enorm belangrijk”, vertelt Eric. “Enerzijds om ons goed te kunnen organiseren qua arbeid en anderzijds voor de afzet.” Op het bedrijf werken tijdens piekperiodes heel wat seizoenarbeiders. Daarom is het cruciaal om vooraf zo goed mogelijk te weten hoeveel aardbeien geoogst zullen worden. “Wij weten hoeveel kilo per week één persoon kan plukken”, legt Eric uit. “Dus als je een goede prognose hebt, kan je berekenen hoeveel mensen je nodig hebt.” Dat maakt een groot verschil in de praktijk. Te veel mensen laten overkomen zorgt ervoor dat er onvoldoende werk is, terwijl een tekort aan plukkers betekent dat rijp fruit blijft hangen. “Als je met cijfers kunt werken, is dat altijd beter dan met de losse pols”, zegt hij. “Zelfs als we drie weken vooraf tot op vijftien procent juist zitten, helpt dat al enorm.”
“Als je iets verkoopt, moet je het ook kunnen nakomen”
Een goede oogstvoorspelling is ook belangrijk voor de verkoop van het fruit. Ook daar biedt een betere voorspelling meer zekerheid. “Hoeveel fruit kunnen wij vooraf verkopen?”, stelt Eric. Volgens hem is de markt de voorbije jaren sterk veranderd. “Vroeger ging bijna alles naar de veiling, maar tegenwoordig zitten we ook geregeld in een aanbodmarkt. En dan kunnen prijzen heel hard zakken.” Daarom proberen telers vandaag vaker vooraf afspraken te maken met afnemers. Alleen vraagt dat vertrouwen én correcte cijfers. “Als je iets verkoopt, moet je jouw engagement ook kunnen nakomen”, benadrukt Eric. “En daarin helpt het model nu wel. Hoe nauwkeuriger je cijfers zijn, hoe sterker je staat.”
Veel technische problemen bij het vliegen
Vandaag komt pcfruit nog langs om de dronevluchten uit te voeren en de beelden te analyseren. “Hier staan de aardbeien onder tunnel in substraat op stellingen”, vertelt Eric. “Om daar netjes tussendoor te vliegen, dat was niet evident.”
Ook Serge Remy, onderzoeker bij pcfruit, benadrukt hoe technisch uitdagend die omgeving is. “In het eerste jaar hebben we vooral veel technische problemen gehad met het vliegen”, vertelt hij. “Onder die overkappingen vliegen vraagt echt handigheid van de piloot. Zelfs voor de ervaren piloot van Flanders Make was dat geen evidente omgeving.” Automatisch vliegen bleek bovendien moeilijker dan verwacht. “Normaal werk je met richtingsdraden om automatisch te vliegen, maar dat is hier niet simpel door alle constructies en tunnelbogen”, zegt Serge. Ook de wetgeving is momenteel nog een struikelblok voor het automatisch vliegen van een drone vermits de piloot nog aanwezig moet zijn om te kunnen ingrijpen indien nodig.
Bloemen tellen met AI: veelbelovend, maar nog niet feilloos
Maar niet alleen het vliegen vormde een uitdaging. Ook de verwerking van de beelden vroeg nog veel manuele tussenkomst. “AI kan bloemen detecteren op de beelden”, legt Serge uit. “We moesten de beelden wel nog vaak correct ordenen en handmatig controleren zodat bloemen zeker geteld of niet dubbel geteld werden.” Omdat die automatische beeldverwerking nog niet volledig op punt staat, wordt het systeem vandaag nog niet volledig in de praktijk uitgerold. Daarom werken de onderzoekers voorlopig een alternatief systeem uit. “We vragen aan de telers om op een beperkt aantal planten de open bloemen te tellen”, zegt Serge. “Deze gegevens willen we dan gebruiken om het oogstvoorspellingsmodel te valideren en te verbeteren.” Volgens hem zijn ondertussen al verdere stappen gezet om het systeem praktischer en betrouwbaarder te maken. Het uiteindelijke doel blijft om de technologie later breder inzetbaar te maken op praktijkbedrijven.
“Het ziet er goed uit”, besluit hij. “Nu moet het zich gewoon nog blijven bevestigen.”
Ook Eric gelooft sterk in de toekomst van het systeem, al ziet hij de drone zelf niet als de ideale oplossing. Vooral de analyse van beelden met AI biedt volgens hem veel potentieel. De manier waarop die beelden worden verzameld, kan volgens hem wel nog verbeterd worden. Volgens Eric ligt daar ook de grootste uitdaging voor de toekomst: de technologie voldoende eenvoudig en laagdrempelig maken voor telers.
Voorlopig blijft Aardboogst volop in ontwikkeling. De modellen leren nog voortdurend bij en moeten zich de komende jaren verder bewijzen in de praktijk. Maar de richting is volgens Eric duidelijk: minder buikgevoel, meer onderbouwde cijfers. “Het ziet er goed uit”, besluit hij. “Nu moet het zich gewoon nog blijven bevestigen.”
Op zoek naar de juiste balans in de aardbeienteelt
Proeven in het veld, inzichten voor de toekomst
Binnen het EIP-project Sustainberry gaat aardbeienteler Eric Jansen samen met andere aardbeitelers en onderzoekers op zoek naar manieren om de aardbeienteelt weerbaarder te maken, zodat ziekten en plagen minder vat krijgen op het gewas. Uit eerdere proeven bij pcfruit blijkt namelijk dat het gebruik van stikstof afkomstig van organische bronnen in substraatteelt de planten sterker kan maken en beter beschermt tegen onder meer schimmelziekten en insectenplagen.
De zoektocht naar een andere manier van telen
Voor Eric is die omslag noodzakelijk. “Wij willen fruit afleveren met zo weinig mogelijk residuen”, vertelt hij. “En tegelijk merken we dat er ook steeds minder gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn. Dus moeten we manieren zoeken om onze planten weerbaarder te maken.” Het project kijkt daarom naar verschillende organische bemestingsstrategieën in uiteenlopende teeltsystemen en variëteiten op pilootbedrijven, met als doel praktische inzichten te ontwikkelen voor een duurzamere teelt met minder chemische behandelingen, maar met behoud van rendement en kwaliteit.
Veelbelovend, maar nog in volle ontwikkeling
De eerste resultaten zijn volgens hem alvast veelbelovend. “We hebben al verschillen gezien”, besluit Eric. “Maar we hebben nog niet alle knoppen in de juiste richting staan.”
Foto 2: Aardbeien onder tunnel in substraat op stellingen
Foto 3: Aardbeien
Foto 4: Frambozenteelt
Data als kompas voor de toekomst van frambozen
Wanneer elk arbeidsuur telt
Naast aardbeien teelt Eric ook frambozen. Met het EIP-project UpRend zoeken telers en onderzoekers naar manieren om de Vlaamse frambozenteelt rendabel te houden. De druk op de sector neemt namelijk sterk toe door stijgende arbeidskosten en concurrentie uit het buitenland. Vooral arbeid weegt zwaar door in de kostprijs. “Bij aardbeien spreek je over 3.000 tot 5.000 arbeidsuren per hectare”, vertelt Eric. “Maar bij frambozen en bramen gaat dat naar 9.000 tot 11.000 uren per ha. Dan weet je hoe belangrijk het is om elk uur goed te benutten.”
Van registratie naar echte inzichten
Daarom speelt data binnen het project een centrale rol. UpRend onderzoekt hoe telers via datamining en arbeidscijfers beter zicht kunnen krijgen op hun rendement en efficiënter kunnen werken. “Wij registreren al lang heel veel”, zegt Eric. “Maar het is een kunst om daar de juiste inzichten uit te halen.” Binnen het project wordt onder meer gekeken naar plukefficiëntie, rassenkeuze en teeltmaatregelen die arbeid kunnen besparen en het rendement verhogen.
Smaak als troef in een competitieve markt
Toch gelooft Eric sterk in de toekomst van de Vlaamse frambozenteelt. Niet omdat Vlaanderen goedkoper kan produceren, maar wel omdat kwaliteit en smaak hier een grote troef blijven. “Wij kunnen een beetje rijper oogsten omdat er weinig transport nodig is”, legt hij uit. “En dat zorgt voor meer smaakbeleving.” Volgens hem ligt daar net de sterkte van lokaal geproduceerd fruit: dichter bij de consument, met meer smaak en kwaliteit als resultaat.
Van veld tot toekomst: hoe telers zelf het onderzoek mee sturen
Wat leeft in het veld, stuurt het onderzoek
Voor Eric Jansen is deelnemen aan projecten zoals Aardboogst, Sustainberry en UpRend geen theoretische oefening, maar iets dat vertrekt vanuit de praktijk. “Meestal start het vanuit een problematiek”, legt hij uit. “Bij frambozen zagen we dat het areaal achteruitgaat. Dan begin je je af te vragen: waarom is dat zo, en hoe kunnen we dat keren?” Volgens hem is dat precies waarom een bottom-up aanpak zo belangrijk is. Problemen worden niet vanop papier bedacht, maar komen rechtstreeks uit het veld. “De onderzoekers zijn blij als je komt aankloppen”, zegt Eric.
Samenwerken met onderzoekers: geen afstand, maar dialoog
Eric ervaart de samenwerking met pcfruit als een echte meerwaarde. De communicatie verloopt vlot en er is veel kennis aanwezig om problemen snel te duiden. “Zij hebben alles in huis”, zegt hij. “Van insecten tot schimmels: ze kunnen heel snel achterhalen wat we in het veld zien.”
Die wisselwerking maakt het volgens hem net interessant: telers brengen de praktijk, onderzoekers de analyse. Zo ontstaan oplossingen die dichter bij de realiteit staan en sneller toepasbaar zijn. Daarnaast leren telers in deze EIP-projecten ook veel van elkaar, door ervaringen en inzichten rechtstreeks te delen met collega-land- en tuinbouwers die met gelijkaardige uitdagingen in het veld staan. “Dat zorgt voor sociale innovatie.”